Gedragscode

Het is druk op de weg. Om het fietsen in een groep overzichtelijk en veilig te houden, voor ons zelf en voor mede-weggebruikers, hebben we een aantal regels en gedragscodes opgesteld. De kans op ongelukken wordt hiermee een stuk kleiner en als groep kunnen we sociaal en sportief de weg op.

 

 

 

 

Fiets je mee met CTC Fietsen, dan wordt je verwacht de Gedragscode te kennen, én op te volgen.

  • In de verenigingsgroep meefietsen is niet vrijblijvend, maar een gezamenlijke activiteit, met gezamenlijke verantwoordelijkheid.
  • We fietsen volgens het SUST-principe ‘samen uit, samen thuis’.
  • Deelnemen kan alleen met een fiets in goede staat en zonder gebreken.
  • Je kleding is aangepast aan het weer.
  • Een helm dragen is verplicht.
  • Neem voldoende eten, drinken en reservemateriaal mee (denk bv aan extra band en een pompje), aangepast aan de duur en intensiteit van de rit.
  • Neem geld of pinpas mee.
  • Afval wordt mee naar huis genomen.
  • Aanbevolen wordt om altijd identificatie op zak te hebben.
  • Aanbevolen wordt om een (NTFU) fietsverzekering af te sluiten.
  • We houden ons altijd aan de geldende verkeersregels.
  • Bij (dreigend) extreem weer (storm, ijzel, onweer) gaat de rit niet door. Dit wordt via een sms/app doorgegeven.
  • Deelnemers worden verwacht op tijd aanwezig te zijn op de startplek.
  • Er rijdt altijd een wegkapitein mee, die de route kent, en de snelheid van de groep in de gaten houdt.
  • Je kiest zelf de snelheids- en afstandsgroep die bij jou past. Als de wegkapitein twijfelt over jouw kunnen, bespreekt hij/zij dat met jou. Bijvoorbeeld om reden van veiligheid (vermoeidheid zorgt voor onstabiel rijgedrag) kan gezegd worden dat je met een andere (rustigere) groep mee gaat.
  • De vereniging zorgt voor een basis fietsroute.
  • Iedereen houdt zich aan de afgesproken basisroute. De wegkapitein is degene die om reden kan beslissen van de route af te wijken.
  • Via www.gpsiescom (CTCfietsen) kan je de actuele route uploaden.
  • Groepjes fietsen in een gelijkmatig tempo. Zo is het ook voor degenen die achteraan fietsen duidelijk wat ze kunnen verwachten.
  • Fietsers die moeite hebben met het tempo, zitten het lekkerst op of rond de 2e positie.
  • Altijd achteraan fietsen is niet verstandig, omdat je bij kleine oponthoudingen (zoals scherpe bochten en tegenliggers) steeds extra energie moet steken om weer bij de groep te komen.
  • Ten bate van de veiligheid heeft één groep maximaal 12 fietsers.
  • Fiets met maximaal 2 renners naast elkaar. De kans op ongelukken is zo een stuk kleiner, bovendien is het wettelijk niet toegestaan met 3 of meer personen naast elkaar te fietsen.
  • Probeer het kopwerk met elkaar af te wisselen. Bij wisseling laat je, afhankelijk van de wind, je via de binnenkant of buitenkant van de groep afzakken.
  • Oversteken doe je als groep. Na het oversteken controleert de groep of er geen achterblijvers zijn.
  • Bij technische problemen helpen we elkaar en wachten we met elkaar.
  • Binnen de bebouwde kom rijden we rustig (max 25 km p/u).
  • Met stem en gebaar signaleren we mensen of obstakels die tegemoet komen*
  • Stilstaan gebeurt rechts van de weg in de berm, in een vluchthaven, oprit of op de stoep. Zo blokkeren we andere weggebruikers niet.
  • We rijden oplettend en gaan ervan uit dat anderen ons misschien niet zien aankomen.
  • We gaan niet in discussie met andere weggebruikers, maar passen ons zo veel mogelijk aan.
  • Vrij veel ongelukken gebeuren juist tijdens de laatste kilometers van een tocht. Blijf je daarom houden aan bovengenoemde regels tot aan de finish.
  • Op- en aanmerkingen over de rit worden na de rit besproken.

Gedragscode mountainbikers

  • Fiets alleen daar waar het is toegestaan
  • Respecteer de natuur, plant én dier
  • Fiets in kleine groepjes
  • Waarschuw andere recreanten tijdig en vriendelijk
  • Benader andere recreanten en drukke locaties stapsvoets
  • Voorkom onnodig remmen: spaar de ondergrond
  • Maak geen onnodig lawaai
  • Laat geen afval achter

Stem en armgebaren in de groep

  • Stoppen: arm omhoog of roep “Ho!”
  • Paaltjes: “Paaltje!”
  • Vaart minderen = hand pulserend naar beneden duwen
  • Obstakel links of rechts: wuiven met je arm, schuin naar beneden en naar achteren.
  • Tegenligger of iets/iemand aan onze kant van de weg: “Tegen!” en “Voor!”
  • Inhaler: “Achter!”
  • Bochten: “Links!” of “Rechts!”
  • Vervelende zaken in/op de weg: “Gat!” of “Tak!” of “Glas!” in combinatie met met wijzen met de vinger
  • Bij smaller wordende weg achter elkaar in lijn fietsen: “Ritsen!”
  • “Bij!” of “Compleet!” wanneer de groep inhoud zodat jij een ontstaan gat weer dicht kan rijden (bv na een oversteek, of bocht).